Hoe een bezoek aan de bakker me omver blies

Hoe een bezoek aan de bakker me omver blies

Summary:

Over koffiekoeken, gif en horror films. Over ijzige kreten, een barstend vat vol emoties en wat het met me deed.

Goed opgestaan. Voor het eerst sinds mijn heugenis geen hoofdpijn en weinig last van m’n spieren. Na een frisse douche en turnoefeningen in de badkamer plots een grote behoefte aan glucose.

En dus ging ik al snel op pad naar de bakker op zoek naar koffiekoeken. Een uitzonderlijke afwijking op mijn dagelijkse havermoutpapje, maar het is dan ook donderdag voor iets, nietwaar? Omdat er 1 klant binnen was, en ook maar 1 iemand om die klant te bedienen, bleef ik braaf – met mondkapje – buiten staan wachten.

Zoals me wel eens overkomt, dwaalden mijn gedachten ver af van de plaats waar ik me fysiek bevond.

Ik had de vrouw die me stilletjes had beslopen en vlak naast me opdook dan ook niet gezien, gehoord of geroken. Plots drong ze met geweld mijn gedachtewereld binnen met de vraag of ik stond te wachten voor de bakker. T.t.z. ik veronderstel dat het dát was wat ze me wilde vragen. Ik hoorde niet écht wat ze zei. Dat kon ook niet. Tegelijk met de eerste klank die ze uitbracht, slaakte ik een gil, zo hard en ijzig als je ze maar zelden hoort in horrorfilms. (Ik zou daar eens auditie moeten gaan doen. Ik denk dat er nog een mooie toekomst op me ligt te wachten als ‘Professionele Gillenslaakster’. I bet.)

Enfin, de vrouw in kwestie had dit duidelijk niet verwacht, reageerde ontsteld en maakte, zonder op mijn antwoord te wachten, aanstalten om voor mij naar binnen te gaan. Waarop ik me excuseerde voor m’n gil en haar zei dat ik wel degelijk stond te wachten voor de bakker. Ze keek me giftig aan.

Ik slaakte een gil, zo hard en ijzig als je ze maar zelden hoort


Toen het even later mijn beurt was, vertelde ik wat zich had afgespeeld tegen het meisje dat me bediende, in een zwakke poging een verklaring te geven voor de kreet, die heel Vosselaar had gewekt en die ook de ordetroepen wellicht in de hoogste staat van paraatheid had gebracht. Ik vond de situatie evengoed ietwat grappig, als gênant.

Bij het buitengaan excuseerde ik me nogmaals uitvoerig bij de vrouw in kwestie en lachte haar vriendelijk toe van achter mijn Mickey Mouse mondmasker. M’n charme-offensief mocht echter niet baten. Ze wierp me een zo mogelijk nog giftiger blik toe dan voorheen en mompelde iets. Ik kon geen woorden destilleren uit het geluid dat ze voortbracht, maar het klonk absoluut negatief.

Fuck!!! Waarom??
OK, ik was heel erg geschrokken.
OK, ik had (erg) luid gegild.
Maar niet lang.

Het was een basale, onmiddellijke reactie op een situatie die m’n hypervigilante brein -dat zich op dat moment in een ander universum bevond – in een fractie van een seconde als bedreigend had gecatalogeerd (wat het corona-gewijs eigenlijk ook was want haar gezicht was nauwelijks 30cm van het mijne verwijderd).

Ik had het niet kunnen helpen.

Maar buiten m’n enigszins disproportionele schrikreactie had ik geen enkele aanstoot gegeven om zo’n botte houding te rechtvaardigen.

Zoiets raakt me. Hard. Zulke situaties en zo’n mensen raken me altíjd ongemeen hard. Maar vandaag zelfs zó hard dat ik, eenmaal veilig terug thuis, vlak achter de voordeur op de mat in elkaar zakte en uitbarstte in een onstuitbare huilbui. Jumper wist niet wat er gebeurde, kwam onmiddellijk op me af en probeerde me te troosten. Maar toen dat na herhaalde pogingen niet bleek te lukken droop ze af en ging ze ongelukkig terug in haar mand liggen.

Ik huilde ondertussen met lange, gierende ademteugen alle opgekropte woede, frustratie, verdriet en spanning van de laatste jaren van me af.

Op de mat achter de voordeur. Verder dan daar zou ik de eerstvolgende 20 minuten niet geraken.

En daarna..
Daarna voelde ik me verlost.

Die onvriendelijke vrouw bij de bakker had me een dienst bewezen.
Zij was de trigger die ik nodig had gehad om, samen met mijn tranen, alle gif uit me te laten stromen.

Join the discussion

Ellen in Wanderland