Over een jaar ben je (niet) dezelfde persoon als vandaag…

Over een jaar ben je (niet) dezelfde persoon als vandaag…

Over een jaar ben je dezelfde persoon als vandaag, afgezien van de dingen die je leert, en de mensen die je ontmoet.

(Charlie Jones)

Als Charlie Jones gelijk heeft – en ik geloof van wel – dan heeft de ochtendwandeling van 23 november 2020, destijds van mij voorgoed een ander mens gemaakt.

Op een mistige ochtend in november

Ik herinner me die morgen nog goed – vooral ook wel omdat ik notities had genomen in mijn dagboek..

Het evenwicht waar iedereen naar op zoek is

Jumper en ik zijn nog maar net aan ons wandelingetje begonnen.
Zoals gewoonlijk heb ik mijn koptelefoon op zak en vraag ik me af of ik een podcast zou opzetten. De laatste van Werk&Leven heb ik nog niet gehoord.

Ik twijfel.
Waar heb ik op dit moment het meeste nood aan? Ik observeer, en ik luister. Ik probeer te voelen wat er zich in mijn hoofd afspeelt, en wat er gebeurt rondom mij.

De zon..
Lichte mist die fris aanvoelt op mijn gezicht..
De natuur die stilte ademt.
En een zeldzame rust in mijn hoofd.

Ik besluit dat ik meer nood heb aan dit moment dan aan bijkomende inzichten. Geen podcast voor mij dus.

Een kalme tred.
Jumper die op haar gemak snuffelend de meest ideale boom uitzoekt om tegen te plassen.
En ongedwongen gedachten.
Ik voel me vrij.

Dit moet de balans zijn waar iedereen altijd naar op zoek is.

Vreemde man

Achter ons merk ik een man op.
Met een pet en een rugzak.
Stokoud, zo te zien.
De man bedoel ik. De pet en de rugzak lijken OK.

De oude man komt op ons af.
Best snel. Heel snel, eigenlijk.
Hij haalt ons in, en schiet ons voorbij.

Frustratie (!)

Godmiljaar!
Laat ik dit gebeuren?

Quasi onbewust knijp ik m’n ogen samen en pers ik mijn lippen op elkaar.

Ik versnel mijn pas meer dan behoorlijk, en Jumper sleur ik met me mee. Inhalen blijkt niet simpel. Ik doe mijn uiterste best om aan te klampen, en in zijn kielzog te blijven hangen. Vanuit zijn rechter achter flank en met mijn tong al halverwege de grond roep ik: ‘U houdt de pas er goed in!’

Maar de man reageert niet. Ik concludeer dat zijn fysiek een pak beter is dan zijn gehoor. Berustend in de doofheid van de oude man zeg ik vanaf nu niets meer. En opnieuw loopt hij verder op ons uit.

Plots draait hij zich om: ‘Wablieft?’
Verbaasd herhaal ik mijn opmerking van daarjuist.

Ik beeld me in dat hij een hoorapparaat heeft waar een paar seconden vertraging op zit. Moet toch knap lastig zijn.

Hijggesprek

Nauwelijks merkbaar mindert hij zijn vaart. Net genoeg om mij, op een paar passen na, weer bij te laten komen. Hij antwoordt dat hij vaak wandelt.
Nee, .. echt? Ook zonder toelichting was me dat al wel duidelijk.

Hij vertraagt nog ietsje. En ik probeer nog wat te versnellen om dit gesprek – hijgend – voort te kunnen zetten. Ik blijf hem bestoken met vragen. Want vragen stellen, dat kan ik.

“Hoe oud?”
“74”
“Amai, dat zou je niet zeggen!”
Ik zou hem minstens 15 jaar ouder schatten, maar niettemin respect voor wat hij doet. En dat zeg ik hem ook. Dat laatste.

Bewegen is belangrijk… voor je ego

“Het is heel belangrijk op uw leeftijd om veel te bewegen.”, puf ik. “Op elke leeftijd natuurlijk.”, voeg ik er nog binnensmonds aan toe.
Of hij dit voor zijn plezier doet of bewust voor zijn gezondheid? Hij is er jaren geleden mee begonnen, vertelt hij, ’toen hij problemen kreeg met zijn rug’. Het wandelen hielp, en sindsdien is hij er nooit meer mee gestopt.

Na de eerste kennismaking word ik enthousiast getrakteerd op een gedetailleerd verslag van de route die hij vandaag al heeft afgelegd. Maar, aangezien mijn geografische kennis – met inbegrip van eigen dorp en omstreken – zo goed als onbestaande is, kan ik er weinig uit opmaken. Al doet de lengte van zijn uitleg wel vermoeden dat het een heel eind is. Ik laat hem praten, en af en toe knik ik wijs. Uiteindelijk vraag ik hoe lang hij al onderweg is – werkt altijd om een idee te krijgen van afstand bij afwezigheid van enig aardrijkskundig benul.

Dodentocht

Hij is vanmorgen om 8u vertrokken.
Ik kijk op mijn horloge: 11:45u !
“Maar ik ben bijna thuis.”, zegt hij.

Ik bedenk me dat ‘bijna’ een relatief begrip is dat dus niet perse voor iedereen hetzelfde betekent. ‘Bijna thuis’, voor mij is dat: binnen een minuut of vijf. Maar het zou zomaar kunnen dat hij bedoelt dat hij nog maar een uur te gaan heeft, of zo. Je kunt nooit weten met zo van die ultra-sportieve types.

Maar dit zijn de absolute feiten.
De man is al bijna 4 uur onderweg op zijn dodentocht – Jumper en ik toch ook al een minuut of vijf, zes. En het tempo dat hij na al die tijd nog aanhoudt, daarvan maak ik me sterk dat ik dat zeker 1,5 minuut volhoud.

Klink dit slecht? How about this!
Hij mag dan wel zo’n 20 jaar jonger zijn dan de zowat 94 jaar waarvoor ik hem had aanzien, dat maakt hem nog steeds meer dan oud genoeg om mijn vader te kunnen zijn.

Ik weet zeker dat er een clue is, een logische verklaring. Iets dat mijn naam voor altijd zal zuiveren. En zodra ik die gevonden heb laat ik het jullie zeker weten via deze blog.

Onze eigen weg

Intussen nadert het einde van de straat met rasse schreden, of misschien is het wel andersom. Hoe het ook zij, het T-stuk doemt voor ons op uit de nevel, en plaatst ons onverbiddelijk voor de keuze. De kwieke man kiest voor links, Jumper en ik gaan naar rechts.

De rest van onze ‘ochtend’-wandeling houden we er flink de pas in.
En als toemaatje doe ik er nog een paar olijke huppelpasjes bovenop.

Ha!

____

Tot zover mijn dagboeknotities van die dag.

Overpeinzing

Terugdenkend aan het citaat aan het begin van dit artikel, besef ik dat ik de ontmoeting met die man niet snel zal vergeten. Net zomin als de emoties die er toen door me heen gingen, en de lessen die ik er later uit heb proberen te trekken.

Aangekomen op dit punt van deze blogpost en het uur van de dag waarop ik deze woorden typ, heb ik niet (meer) de ambitie om hier en nu een diepgaande analyse te maken van die gevoelens.

Maar ik kan wel zeggen dat die energieke 74-jaar oude man me ademloos had achtergelaten op dat T-stuk. Hij had me ook verrast. En er was respect, een zekere bewondering ook, en het besef dat er best wel veel mogelijk is als je er echt voor gaat.

En natuurlijk was er ook het onvermijdelijke inzicht dat regelmatig bewegen niet alleen goed is voor de gezondheid, maar ook aan te raden als je liever niet in snelheid gepakt wordt door een man van een kwarteeuw ouder.

Boodschap aan de lezer (= jij)

Tot slot nog een belangrijke boodschap aan alle lezers,
die zich geroepen zouden voelen om suggesties aan te brengen voor emoties die ik hierboven mogelijk ‘vergeten’ zou zijn op te noemen, zoals bijvoorbeeld ‘verontwaardiging’, ‘jaloezie’, – al dan niet misplaatste – ’trots’, en andere gewaarwordingen van dat allooi:

weet dat ik steeds formeel zal ontkennen.

?


Voetnoot:
Ter info: De oude man op de foto is niet de man van de blogpost. Deze foto heb ik voor een keer niet zelf gemaakt, maar gedownload van een database met rechtenvrije foto’s. Maar zo ongeveer zag hij er wel uit. Je begrijpt dus mijn vergissing.

Join the discussion

5 comments
  • Heerlijk verhaal… ik liep (holde) in gedachte met je mee.
    “Leuke dame met leuke blog, ken je me nog?”

    • Dank je, Fred! Ik had geen idee dat jij meelas.
      Natuurlijk ken ik je nog. Je allereerste liefde vergeet je nooit, zegt men. 😉

  • Altijd leuk als een blogpost me vrolijk maakt. Heel fijn geschreven. Kijk al uit naar de volgende vrijdag;-)

  • Dag Ellen,
    Je blogpost gelezen: jij bent niet dezelfde persoon als (bijna) 25 jaar geleden… Einde 1997 had je het over worm- en zwarte gaten (en het subtiele verschil daartussen) onder een sterrenhemel ergens in de Ardennen.
    Nu behandel je andere thema’s: even boeiend gebracht. Dank voor het leesgenotmomentje.
    Ik durf ook te stellen onze louter toevallige ontmoeting in 1997 van mij ander mens maakte. Dank daarvoor.

Ellen in Wanderland